Jaargang 1996, nummer 7

 

Voorwoord

Hoe vaak wordt aan u gevraagd of u uit Frankrijk komt of dat u familie bent van die bekende hoofdredacteur? En krijgt u wel eens te horen van mensen, dat ze uit Indië zijn gekomen met de "Boissevain"? Enfin, ik denk dat we allemaal wel eens geconfronteerd worden met ons familieverleden en ik ga ervan uit dat we ons wel uit die situaties redden.

Bezig zijn met je eigen familie of met familiegeschiedenis in het algemeen, is dat leuk? Is dat nuttig? Met name die laatste vraag stond centraal tijdens de Dag van het Familiearchief, die afgelopen januari in Amsterdam werd georganiseerd. De handeingen van een familie in relatie brengen met haar omgeving draagt bij aan onze kennis over een bepaalde periode. Tegelijkertijd leert het ons veel over de familie, waarvan soms de maatschappelijke continuïteit gedurende eeuwen valt te verklaren. En met deze redenering draagt familiegeschiedenis bij aan ons huidige "zijn", voegt eraan toe en verklaart. Daarom is het nuttig en interessant om je bezig te houden met je eigen familiegeschiedenis. En leuk is het ook. Een eeuwenoude traditie onder de Boissevains smeedt een aparte band, die van een andere orde is dan een band op grond van belangen of vriendschap. De Boissevain Stichting wil de gegevens van en over de familie bewaren in het Amsterdams Gemeentearchief en de kennis erover levend houden via publicaties, reünies en anderszins. De vele positieve reacties die wij ontvingen, steunen ons in dit streven en stimuleren ons om ermee door te gaan. Hoewel de stichting een financieel risico loopt, hebben we toch gemeend dit jaar een aantal activiteiten te moeten organiseren om uw eerder gegeven steun (in woord of daad) om te zetten in tastbare resultaten. Wij hopen dan dat u onze inspanningen weer honoreert met de aankoop van één of meerdere stropdassen in september en met een ruime deelname aan de familiereünie op 2 november. Dan weten wij zeker, dat ook ú het werk van de Boissevain-Stichting nuttig en leuk vindt!

Charles F.C.G. Boissevain,

voorzitter Boissevain-Stichting

 

Inventaris Boissevain-archief gepubliceerd

Familiearchieven zijn niet alleen voor de eigen familie belangrijk. Zij bevatten soms informatie die van groot belang is voor de sociale, culturele of economische geschied­schrijving. Dat is zeker het geval met de archieven van de families Boissevain (over de periode 1556 - 1992) en Van Lennep (1666 - 1992), die in bewaring zijn gegeven aan het Gemeentearchief Amsterdam en waarvan de inventarissen onlangs gereed kwamen. Dit was reden voor het Gemeentearchief om - ter gelegenheid van de publicatie van deze inventarissen - afgelopen 20 januari de Dag van het Familiearchief te organiseren. Deze dag beoogde een ontmoeting te laten plaatsvinden tussen historici en bewaargevers, c.q. eigenaars van familiearchieven. Enkele historici, die veel met familiearchieven werken, vertelden over hun onderzoek. Zo'n honderd aanwezigen, waaronder een tiental Boissevains, vulden de zaal en beleefden een zeer geslaagde dag.

Dr. R.M. Dekker van de Erasmus Universiteit van Rotterdam houdt zich bezig met de ontsluiting, uitgave en studie van zogenoemde egodocumenten. Dat zijn persoonlijke getuigenissen als dagboeken en autobiografieën, die voornamelijk in familiearchieven te vinden zijn. Behalve dat ze veel informatie bieden, zijn ze ook belangrijk in verband met hun ontstaan. De teksten zijn stichtelijk of religieus opvoedend gesteld, soms op rijm (vergelijk vader Cats), ze leggen de eigen leefomgeving vast of ze dienen als geheugensteuntje. In ieder geval is 80 % van dit soort geschriften gemaakt voor het eigen nageslacht.

De voordracht van dr. L. Kooijmans had als titel Vriendschap en achttiende-eeuwse familiearchieven. Kooijmans promoveerde op een studie naar het Hoornse regentenpatriciaat in de achttiende eeuw. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar "vriendschap", met name onder zeventiende- en achttiende-eeuwse patriciërs en baseert zich daarbij hoofdzakelijk op familiearchieven. Uit dagboeken, bijvoorbeeld uit die van de burgmeestersfamilie Huidecoper, inventariseerde hij alle gegeven en ontvangen geschenken, diensten en gunsten. Dit "maatschappelijk vermogen" werd destijds nauwkeurig bijgehouden.

De derde spreker was de socioloog dr. C. Schmidt, die werkzaam is bij de faculteit ruimtelijke wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde op een proefschrift getiteld Om de eer van de familie: het geslacht Teding van Berkhout 1500 - 1950. Van deze familie heeft hij het familiearchief integraal doorgewerkt, waardoor hij via de familie veel kon leren over allerlei maatschappelijke gebeurtenissen. Deze werkwijze gaf een goed beeld van de stand en het milieu, waarin vergelijkbare families verkeren. De handelingen van de familieleden worden steeds gerelateerd aan wat er in hun "omgeving" gebeurde. De periode waarover het onderzoek zich uitstrekte, verklaart veel over de maatschappelijke continuïteit van de familie Teding van Berkhout in de loop der eeuwen. Op mijn verzoek daartoe bood de heer Schmidt de Boissevains aan te bemiddelen bij het vinden van vergelijkbare onderzoekers en schrijvers voor onze familie. Mijn ideaal is uiteindelijk toch een publicatie, waarin de geschiedenis van de Boissevains staat beschreven.

Tot slot liet de heer drs. S.A.C. Dudok van Heel, medewerker van het Amsterdams Gemeentearchief, nog zijn licht schijnen over de Amsterdamse regentenfamilies en hun archieven. Dit was de opmaat voor een hoogtepunt in de geschiedschrijving over de Boissevains, dat hierna volgde. De voordrachten van de hooggeleerde heren, het belang van onze familie in met name de financiële wereld van het negentiende-eeuwse Amsterdam en de lofprijzingen met betrekking tot ons familiearchief hadden ons tijdens de dag al een goed gevoel gegeven. Als afsluiting van de dag kon ik, na het in ontvangst nemen van het eerste exemplaar van de gedrukte inventaris, uiting geven aan dit gevoel met een dankwoord, een financiële bijdrage namens de Boissevain-Stichting aan Het Amsterdams Archieffonds (ter bevordering van publikaties) en via het overhandigen van een exemplaar van de publicatie van Tice Boissevain aan het gemeentearchief. De dag benadrukte, dat het bijhouden van een familiearchief een zinvolle zaak is en dat alle Boissevains er eer in leggen hieraan - via aanvullingen - te blijven bijdragen.

Charles Boissevain (NP Xx)

 

Boissevain familiereünie

Amsterdam, zaterdag 2 november 1996

Naast het bewaren en onderzoeken van familiegegevens en het schrijven over de geschie­denis van de Boissevains is het natuurlijk ook leuk en gezellig om elkaar gewoon weer eens te zien. Inmiddels hebben we met het fenomeen "familiereünie" een leuke traditie opgebouwd. U herinnert zich vast nog wel de door jong en oud druk bezochte bijeenkomsten in 1982 en 1985 in Maison Descartes, in 1989 in de Nieuwe Kerk en in 1992 in de Walenkerk. Allemaal in Amsterdam, de stad waarmee onze familie toch het meeste wordt geassocieerd. Maar we moeten zeker niet de grote groep Amerikaan­se en Canadese Boissevains uitvlakken, die inmiddels in de Nieuwe Wereld een eigen traditie heeft opgebouwd en dat in 1992 vierde met een reünie in het Canadese plaatsje Boissevain. En natuurlijk mag de expeditie naar Bergerac in 1995 niet onvermeld blijven; weliswaar klein in aantal deelnemers, maar toch groots als eerbetoon aan onze vroege voorouders. Het leek ons een goed idee om eind 1996 weer eens bij elkaar te komen en van harte nodigen wij u en uw familieleden daarvoor uit in:

het Gemeentearchief van Amsterdam

op zaterdag 2 november a.s.

van van 13.00 - 16.45 uur.

Het programma bevat ruim tijd voor een gezellig samenzijn met een hapje en een drankje, terwijl er gelegenheid is om het familiearchief en oude films te bekijken.

Anne Marie Verbeek - Boissevain (NP VIIIz)

 

Het boek van Tice

Ook in vorige Bulletins is de naam van Tice al meerdere malen genoemd. Matthijs Gideon Jan Boissevain staat uitgebreid beschreven in onze stamboom in het blauwe boekje Nederlands Patriciaat van 1988 (NP IXe). Hij organiseerde in 1992 de familiereünie in Amerika en houdt ook alle wijzigingen in onze familie bij. En dat niet alleen! Alles gaat de computer in en wordt over de hele wereld verzonden met verzoeken om aanvullingen en verbeteringen. Belangrijk werk, waarvan ook wij in Nederland erg veel profijt hebben. Met behulp van de computer heeft Tice een overzicht samengesteld van alle afstammelingen van Lucas Boissevain, waarmee onze stamboom in het blauwe boekje begint. Het Nederlands Patriciaat gaat echter niet verder in de vrou­welijke lijn, zodat het huwelijk van meisje Boissevain met mijnheer X nog wel wordt vermeld, maar niet meer verder uitgewerkt. Tice doet dat in zijn boek wel, zodat daarin een paar duizend Boissevain-af­stammelingen met dezelfde genen als wij - maar met een andere achternaam - wél worden genoemd. Namen als Kruseman, Den Tex, Van Hall en Van Eeghen zullen u bekend in de oren klinken. Alle gegevens staan op diverse manieren gerangschikt en in een apart deel staan biografi­sche bijzonderheden.