Jaargang 1997, nummer 8

 

Voorwoord

Het jaar 1997 was er om "uit te hijgen". De bijeenkom­sten van ons bestuur stonden in het teken van het afwerken van de reüniepe­rikelen, het promoten van de verkoop van de familiedas en het voorbereiden van dit Bulletin. Dit alles in het finan­ciële kader, waarover penningmeester Gustaaf in deze aflevering verslag doet. Het met familieleden bij elkaar komen, het informeren over de Boissevain geschiedenis en het vervaardigen van een aandenken als een stropdas: het zijn allemaal zaken die binnen de doelstelling van de Boissevain-Stichting vallen. Wij bouwen daarmee voort op een traditie die begon in de jaren dertig, toen Barthold H. Boissevain secretaris van de Familie Vereeniging (later Familieverband der Boissevains) was. Door zijn werk­zaamheden verscheen o.a. in 1937 het bekende groene boek, waarin alle familieleden hun plaats hadden. In 1955 is Menso voorzitter en Daniël L.G. (Daan) vice voorzitter van het familieverband, dat in 1967 wordt omgezet in de Boissevain-Stichting. Daan wordt dan voorzitter van het bestuur Ernst G. secretaris, Robert L. (Bob) penningmeester en Otto L. van der Aa lid. En het was dit gezelschap, waarin ik precies tien jaar later tijdens mijn studietijd in Amsterdam werd geïntroduceerd toen ik mijn belangstelling voor de familiestichting kenbaar maakte. In 1979 werd Daan (NP pag. 90) 70 jaar, waardoor hij volgens de statuten geen bestuurslid meer kon zijn. Ernst volgde hem op en ik nam diens plaats in als secretaris. Maar Daan liet de familiegeschiedenis niet los en het bestuur Daan niet. Nog vele jaren kwamen wij bijeen in zijn met "familiespulletjes" doordrenkte appartement aan de Parnassusweg in Amsterdam. Met de vorming van het huidige bestuur veranderde dat en werd het contact geleidelijk wat minder. Per brief, telefoon en soms een bezoekje bleef ik wel op de hoogte van zijn buitenlandse reizen, culturele uitstapjes (o.a. met de genealogische vereniging De Nederlandse Leeuw), tennisactiviteiten en zijn verhalen over vroegere familieleden. Toch kwam het bericht van zijn overlijden afgelopen juli onverwacht voor ons. Onze rechtstreekse verbindingslijn met de "mannen van het eerste uur" van onze familievereniging was verbroken. De laatste van een verdwenen generatie, die nog een totaal andere wereld heeft meegemaakt, viel weg en kan ons niet meer informeren over vroeger. Aan de persoon en aan het bestuurslid Daan zijn wij veel dank verschuldigd. Wij zullen de familietraditie voortzetten voor de toekomstige generaties en ..... ter ere van Daan.

Charles F.C.G. Boissevain,

voorzitter Boissevain Stichting

 

Boissevain familiereünie

Tijdens de in november 1996 in Amsterdam gehouden Boissevain reünie verschenen circa 60 familieleden tegen 80 à 90 bij vorige gelegenheden. Verscheidene "habitués" ontbraken ditmaal. Verheugend was echter, dat diverse neven en nichten nu voor het eerst deelnamen aan de bijeenkomst, hopelijk niet voor het laatst! Behalve aanhalen van familiebanden en gezellig bijpraten met bekende en onbekende familieleden was er ook een interessant programma. Plaats van samenkomst was het Amsterdamse Gemeentearchief, waar ook ons familiearchief is ondergebracht. Het is geheel geïnventariseerd door medewerkers van het Gemeentearchief, waar ook de inventaris verkrijgbaar is. Speciaal voor onze reünie had archiefmedewerker Peschar ter bezichtiging een interessante en gevarieerde selectie gemaakt uit de vele archiefstukken: foto`s, brieven, dagboeken, reisverslagen, huishoudboekjes, krantenartikelen, enz.

Bestuursvoorzitter Charles F.C.G.Boissevain (NP pag. 1­16) bood na een kort welkomstwoord het eerste exemplaar van de Boissevainstropdas aan onze ex-voorzitter Ernst Boissevain (NP pag. 111, zie foto) aan.

Verder memoreerde hij de publicatie in Amerika van het boek “Slow train to Paradise; how Dutch investors financed American railroads”, waarvan elders in dit Bulletin een beschrijving is opgenomen. Verder vestigde Charles de aandacht op een artikel in het maandblad Ons Amsterdam van oktober 1996 over de familie Boissevain. Hierin staan veel interessante zaken, die helaas ontsierd worden door een aantal onjuiste, onterechte en deels zelfs grievende opmerkingen: verkeerde journalistiek. Over het in ons vorige Bulletin genoemde en door Matthijs G.J.(Tice) Boissevain (NP pag. 65) te publiceren boek The descendants of Lucas Boissevain and Marthe Roux sprak een andere Charles Boissevain (NP pag. 75). Deze had kort tevoren de auteur bezocht en gaf hierover nadere details, gelardeerd met anekdotes en verhalen uit het boek. Tijdens zijn toespraakje arriveerde - kersvers uit Amerika - neef Karel den Tex (NP pag. 461), achterkleinzoon van Hester den Tex - Boissevain (NP pag. 49) met het meest recente concept. Hiervoor bestond levendige belangstelling. Neef Wim Le Rütte (zoon van Heleen Boissevain (NP pag. 55) attendeerde ons op een lezenswaardig boek van nicht Denise De Uthemann, dochter van Tolly Mesritz - Boissevain (NP pag. 55) over 9 generaties Boissevain onder de titel “Du pays des rivières au pays des canaux”. Elders in dit Bulletin besteden we aandacht hieraan. Ellen Fleurbaay, hoofd van de afdeling Archieven van het Gemeentearchief, hield een voordracht over het grote belang van familiearchieven. Historici en andere wetenschappers maken er gebruik van voor dissertaties en voor het inzicht in sociale, politieke, economische en culturele ontwikkelingen. Zeker de zogenoemde egodocumenten (persoonlijke brieven, dagboeken e.d.), maar ook andere zaken zijn hierbij van grote waarde. Motto: "Gooi niet te gauw iets weg". Tenslotte kregen we op video overgezette filmfragmenten uit de jaren twintig te zien (nog opgenomen met 16 mm filmpjes!). De kwaliteit was niet zo goed, maar de film gaf een aardig beeld van bijzondere belevenissen van een aantal Boissevains zo'n 70 jaar geleden. Na afloop van de "officiële" bijeenkomst zette ruim een derde van de aanwezigen het gezellig samenzijn voort met een diner elders in de stad.

Robert L.(Bob) Boissevain,

Heemstede (NP pag. 74)

 

Boissevain per trein

Langzaam draaien we in onze camper mee met de bochten in weg 644 in Virginia (USA). Dochter Floor opgewonden door de Disney-associaties, die het nabijgelegen plaatsje Pocahontas in haar oproept. Bij mij komen bij het naderen van het dorp Boissevain eerder gedachten op over het belang van ons familiearchief en de gepubliceerde genealogie voor onze kennis over de familiegeschiedenis. In het voorwoord van Nederland's Patriciaat 1988 (het "blauwe boekje") mag dan wel vermeld staan, dat de Boissevains in het negentiende en twintigste-eeuwse Amsterdam een belangrijke rol hebben gespeeld in het economische leven en met name in het bank- en verzekeringswezen en de effectenhandel, maar hoe maak je dat inzichtelijk voor de familie? Archief- en stamboomonderzoek is tijdrovend en voor de meesten van ons ook wat te taai. Nee, dan is het boek Slow train to paradise: “How Dutch investment helped build American railroads” door A.J. Veenendaal (uitgave Stanford University Press, 350 p., fl. 105,70) een tien keer beter middel. Het vergezelde mij dan ook op mijn tocht naar het onze naam dragende gehucht in de Amerikaanse bergen. Slow train to paradise beschrijft op heldere wijze hoe Nederlandse investeerders betrokken raakten bij de Amerikaanse spoorwegen in de tweede helft van de negentiende eeuw. Deze spoorwegen hadden geld nodig en beloofden hoge rendementen van 10 % of meer. Die beloften gaven aanleiding tot grote zwendel en speculatie. Veel investeerders hoopten in één keer hun grote slag te slaan. Onder de investeerders komen we diverse Boissevains tegen en de publicatie geeft heel goed aan op welke wijze daarbij zakelijke en familiebanden dooreen liepen. Niet alleen bij de Boissevains onderling, maar ook bij en met families als De Marez Oijens, Den Tex, Wertheim, Oewel, Van Weel, Carp, Luden en Van Oss. Deze bankiers trokken geld aan van beleggers en staken dat vervolgens in de bouw en exploitatie van de spoorlijnen. Zij hadden er dus belang bij, dat in Nederland een positief beeld bestond van de te verwachten opbrengsten. Hiervan getuigen de investeerdersgidsen en andere publicaties, die door een aantal bankiers werd geschreven. Charles Boissevain (NP pag. 67), van 1885 tot 1908 hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad, reisde per trein uiteraard uitgebreid door de Verenigde Staten en deed nauwkeurig verslag van de wetenswaardigheden over de met Nederlands kapitaal gefinancierde spoorlijnen. Hij was dan ook een welkome gast bij de Wall Street Stock Exchange, waarvan hij overigens een accurate en geestige beschrijving maakte. A.A.H. (Adolphe) Boissevain (NP pag. 93) was één van de belangrijkste figuren aan de beurs van Amsterdam. In 1875 ging hij zelfstandig in de aandelenhandel met zijn bedrijf Ad. Boissevain & Comp. en introduceerde bijvoorbeeld de aandelen van Union Pacific op de Nederlandse markt. De Nederlandse beleggingen waren in het algemeen niet bedoeld als actieve participatie. Maar wanneer de investering bedreigd werd, moest men zich soms wel eens met de bedrijfsvoering bemoeien. Adolphe heeft dat meerdere malen ter plaatse gedaan, voor zijn eigen belangen maar ook als vertegenwoordiger van diverse Europese belanghebbers samen. Zo vertegenwoordigde hij in 1893 de Europese geldschieters in het reorganisatiecomitié van de Union Pacific. Hij loste de schuldenproblematiek in de rich­ting van de Amerikaanse overheid op en maakte het bedrijf gezond. Eén van de manieren om de spoorwegen rendabel te maken, was het kopen van land langs de spoorlijn in combinatie met het vestigen van immigrantenkolonies. Hieraan ontlenen de vele plaatsen met de naam Holland (Michigan, Virginia), maar ook Middelburg en Amsterdam hun naam. De immigranten leverden arbeidskrachten voor de aanleg van spoorlijnen en te vervoeren producten. Door hun correspondentie met Nederlandse familieleden droegen zij ook bij aan het beeld dat in Nederland van Amerika bestond.

De oorsprong van de plaats Boissevain in het zuiden van de Canadese provincie Manitoba wordt heel nadrukkelijk gekoppeld aan de figuur van Adolphe Boissevain. Onze familienaam bij de plaats in Virginia wordt over het algemeen gekoppeld aan die van een immigrantenkolonie. Ik was blij dat ik deze wetenswaardigheden had gelezen toen ik het plaatsje binnen reed en vervolgens zag dat het er goed leven is. Slow train to paradise combineert stamboom-, archief- en literatuurgegevens en heeft voor mij een belangrijke episode uit onze familiegeschiedenis op een leesbare manier tot leven gebracht.

Charles F.C.G. Boissevain,

Den Haag (NP pag. 116)

 

2.300 afstammelingen van Lucas Boissevain

Zoals eerder vermeld, heeft Matthijs G.J.(Tice) Boissevain uit de Verenigde Staten gegevens van zoveel mogelijk afstammelingen (sinds 1700) van Lucas Boissevain en diens vrouw Marthe Roux verzameld. Niet alleen in de mannelijke lijn met de naam Boissevain, zoals in het Nederland's Patriciaat, maar ook vergaand in de vrouwelijke lijnen. Zijn computerbestand bevat nu ruim 2.300 afstammelingen, waarvan er nu meer dan 1.900 in 30 landen nog in leven zijn. Natuurlijk kon niet alles worden achterhaald. Het resultaat van het speurwerk tot nu toe is echter indrukwekkend. Nieuwe gegevens blijven binnenkomen. Mede daardoor is de geplande publicatie van het boek getiteld The Descendants of Lucas Bouyssavy (Boissevain) and Marthe Roux nog niet verwezenlijkt.

Robert L.(Bob) Boissevain, Heemstede (NP pag. 74)

 

Du pays des rivières au pays des canaux

Vluchtelingen waren we en asielzoekers. Onder wat voor omstandigheden zijn we lang geleden Frankrijk ontvlucht? Hoe is het ons daarna vergaan? We zijn pas na een eeuw geassimileerd. Tot die tijd bleven we Frans praten, we trouwden onder elkaar (Roux, du Chesne en Quien) en we koesterden de stellige verwachting weer naar Frankrijk terug te gaan. Maar in 1795 trouwde Daniël met Marietje Retemeijer (NP pag 45) uit Amsterdam. Ze kregen ook nog eens 14 kinderen, waarvan er 9 zijn getrouwd! Zijn jongere broer Henri Jean (NP pag 133) voegde daar nog eens 6 kinderen en 19 kleinkinderen aan toe. In de twee eeuwen daarna zijn we over de hele wereld uitgezwermd en geassimileerd. Er zijn nu meer dan 2.300 afstammelingen bekend!  Du pays des rivieres au pays des canaux is een heel aardig boekje over de Boissevains. Het geeft weliswaar niet de volledige familiegeschiedenis, maar daarom is het juist zo leesbaar. Het wijdt één hoofdstuk aan één Boissevain per generatie. Het begint ook heel romantisch met een herdersuurtje tussen de jonge Lucas Bouyssavy (NP pag. 42) en een Frans vriendinnetje. Om niet te worden vermoord, moest hij vluchten en haar achterlaten. Zij was anders onze stammoeder geworden! Maar zij was pas 15 jaar, met een "nuque fine dont le duvet de poussin retenait quelgues perles de sueur". Over wie gaan de hoofdstukken? Uitgebreid over Lucas natuurlijk en over diens zoon en kleinzoon. Daarna over Daniël en over Gidéon Jérémie. Dit alles verlucht met foto's en fragmenten uit brieven en dagboeken. Daarna over Jan (NP pag 52), één van de "founding fathers" van de opname van de Boissevains in het Neder­lands patriciaat en over diens hier wat minder bekende zoon Charles Daniël Walrave (NP pag. 55). Uit de achtste en negende generatie is de keus gevallen op Jan en Mies ("Mammie") Boissevain - Van Lennep (NP pag 56) en hun in het verzet omgekomen zonen Janka en Gi. Onze achternicht Denise de Uthemann uit Zwitserland, dochter van Denis Mesritz en Cornelia ("Tolly") Boissevain (zie Nederland's Patriciaat 1988, pag. 55), is degene die zich uitgebreid in onze familiegeschiedenis heeft verdiept. Het boekje telt zo'n 160 pagina's en ik heb ze in één ruk uitgelezen. Het is een "must" voor iedereen die nog een beetje Frans kent en enigszins in de familiegeschiedenis is geïnteresseerd. De publicatie is te bestellen bij Madame Denise de Uthemann - Mesritz, Vy des Crêts 2, Mies (Vaud), CH-1295 Zwitserland.

Charles Boissevain,

Leidschendam (NP pag. 75)