Jaargang 1999, nummer 10

 

Voorwoord

Het wisselen van millennium is ook voor ons een gelegenheid om terug en vooruit te kijken. Dankzij ùw betrokkenheid gaat het goed met de stichting. Voor de bulletins zijn er steeds voldoende artikelen over de geschiedenis van onze familie en onze oproepen voor donaties worden goed gehonoreerd. Dit leidt tot uitbreiding en professionalisering van onze activiteiten. Het laatste betreft externe en geautomatiseerde hulp voor het bijhouden van het adressenbestand voor de contributies en de verzending van de Bulletins. Dit is vooral merkbaar bij onze secretaris -penningmeester. U krijgt er nu een extra dik en gevarieerd Bulletin voor terug en u kunt 7 april 2001 (dus over ruim een jaar!) alvast in uw agenda noteren als datum voor onze reünie in Amsterdam. We zijn al met de organisatie ervan bezig en kondigen het nu alvast aan om ook zoveel mogelijk buitenlanders naar Nederland te kunnen halen. En als klap op de digitale vuurpijl bieden wij u met ingang van het nieuwe millennium een website met achtergronden en nieuwtjes over onze familie en activiteiten. Van harte spoor ik u aan er eens een kijkje te nemen en erop te reageren. Aansporingen doe ik ook in de richting van degenen, die correspondentie, dagboeken, foto’s, geboorte-, huwelijks- en overlijdensdata over of van Boissevains hebben. Laat het ons weten, het is de toekomst van onze familiegeschiedenis! Tot slot laat ik u weten, dat het bestuur met veel plezier met het één en ander bezig is en graag kennis neemt van elke reactie daarop. Een voorspoedig 2000!

Charles F.C.G. Boissevain,

voorzitter Boissevain-Stichting

 

Boissevains richten vooraanstaande banken op

De Boissevain familie is niet alleen omvangrijk en in de loop der jaren vanuit Nederland verspreid over de hele wereld. Er is ook een grote verscheidenheid van beroepen. Een relatief groot aantal is werkzaam geweest in het bank- en effectenbedrijf. De eersten waren 2 zoons van Daniël I (1772-1834, koopman/ scheepsreder, NP p 45). Deze twee, Daniël II (1804-1878, NP p 83) en Edouard Constantin (1810-1885, NP p 103) richtten in 1836 de firma Gebr. Boissevain op, dat meer dan 100 jaar als een vooraanstaand effectenbedrijf in Amsterdam was gevestigd. Niet minder dan 5 zoons van Daniël II maakten in het voetspoor van hun vader eveneens carrière als bankier of commissionair in effecten. Twee van hen werden zelfs zeer bekend en stonden aan de wieg van vooraanstaande bankinstellingen. Gideon Maria (1837-1925, NP p 88, in de familie bekend als GiMi) was in 1865 medeoprichter van de Kas-Vereeniging, thans Kas-Associatie. Dit is een gespecialiseerde bank voor financiële en administratieve diensten aan andere effecteninstellingen en beleggers. Verder was hij o.m. vermaard auteur van een aantal boeken en vele artikelen op financieel en monetair terrein en adviseur van de Nederlandse regering. Zijn broer Athanase Adolphe Henri (1843-1921) richtte in 1875 met een Amerikaanse effectenrelatie de firma Adolphe Boissevain & Co. op. Deze firma hield zich vooral bezig met 2 activiteiten: de introductie van Amerikaanse effecten op de Amsterdamse beurs en de effectenarbitrage tussen Amsterdam, New York en Londen. Ter versterking van de positie richtte Adolphe, met zijn Amerikaanse relatie Blake Brothers, in 1888 in Londen de firma op Blake, Boissevain & Co op. Tezamen vormden de 3 firma’s in de 3 financiële centra een sterke combinatie. De belangrijkste assistent van Adolphe in de effectenarbitrage was J.L. Pierson, die later als firmant in het bedrijf werd opgenomen. Enkele jaren na het terugtreden van Adolphe werd de naam van de firma gewijzigd in Pierson & Co., de voorloper van de huidige investment bank Mees Pierson. De basis daarvoor was gelegd door Adolphe, wiens zaken naast puur Nederlands meer en meer transatlantisch werden. Hij bouwde een grote reputatie in de VS op als financier van bedrijven. Bekend is een aantal spoorwegen, o.a. de transcanadese Canadian Pacific Railways. Aan deze spoorlijn ligt in Manitoba het naar hem genoemde stadje Boissevain, dat ons familiewapen voert. Ook in Virginia ligt een klein plaatsje Boissevain, wegens de bemoeienissen van Adolphe met de Norfolk & Western Railways. De invloed van Adolphe reikte overigens nog verder. Zo was hij in Zwitserland betrokken bij de oprichting in 1897 van één der grootste internationale banken: de Schweizerischer Bankverein (thans UBS), bij welke hij nadien nog 18 jaar commissaris was. Aan deze bank werd later zijn Londense firma Blake, Boissevain & Co.verkocht. Adolphe reisde uiteraard veel. Hij nam bijvoorbeeld vrijdagavond de nachtboot van Harwich naar Hoek van Holland, bracht het weekend door op zijn landgoed Prins Hendrikoord in Den Dolder en reisde zondagavond per boot weer naar Engeland.

Bob Boissevain,

Heemstede (NP p 74)

 

Christ is King!

Zondagmiddag 12 juli 1998 rijden we de wat blubberige campground van de plaats Boissevain (provincie Manitoba) in Canada op. Ons verlangen om het plaatsje te zien, doet de 756 kilometer die we hebben afgelegd vanaf Cloguet (Minnesota) in de VS geheel vergeten. En blubber zijn we wel gewend in de Peace Garden en de Turtle Mountains, die ten zuiden van Boissevain liggen en waar we net de grens met de VS zijn overgestoken. De combinatie van warm weer en vochtig gras geeft ons de verklaring voor de vele insecten die we van ons lijf moeten houden. Later begrijpen we dat er altijd veel muggen en black flies in het plaatsje zitten. Niet voor niks staat in het dorpscentrum een gigantische paal met allemaal vogelhuisjes, waarvan de bewoners worden geacht de Boissevainers tegen de insectenoverlast te beschermen. De drukte van flanerende bewoners op onze dag van aankomst blijkt niet normaal te zijn. Het markeert het einde van een driedaags festival dat onder de naam ‘27th Annual Canadian Turtle Derby’ Boissevain in de vaart der volkeren omhoog stoot. Om 15.30 uur is net een eind gekomen aan zowel de ampioenschappen van de VS en Canada als aan de wereldkampioenschappen. Vanuit het middelpunt van een grote cirkel wordt een aantal schildpadden losgelaten. De eerste die de rand van de cirkel aanraakt, heeft gewonnen. In hoeverre de padden zich bewust zijn van het doel van hun missie, dan wel getraind zijn voor deze bezigheid is mij niet bekend. Jammer dat we dit jaarlijkse hoogtepunt in het leven van Boissevain zijn misgelopen. Een wandeling die zondagavond en de volgende ochtend geven ons echter een beter beeld van de normale gang van zaken daar. Centraal staat een aantal graansilo’s aan de spoorlijn, die in 1882 mede door toedoen van A. Adolphe H. Boissevain (1840 - 1921) kon worden gerealiseerd. Het verbouwen van diverse soorten graan, de opslag en het transport ervan vormt de economische basis voor de welvaart van de circa 2.500 inwoners. Hun huizen, winkels en de vele kerken voor de overige levensbehoeften bepalen voorts het beeld langs de twee elkaar kruisende hoofdstraten. Naast de jaarlijkse Turtle Derby bieden de circa 20 zeer grote muurschilderingen op even zovele dode muren een permanente confrontatie met de historie van de omgeving.

Degene met de beeltenis van A.A.H. Boissevain herdenkt de eerste (in 1885) en de laatste (in 1958) passagierstrein die Boissevain aandeed. De straten en huizen zien er proper uit, het straatbeeld is rustig doch gevuld met bewoners die aan het werk zijn. Mijn gesprekken met een aantal van hen in het VVV-kantoor, een kledingzaak en een servieswinkel bevestigen eveneens mijn indruk dat men hier volledig profiteert van de welvaart en harmonieus samenleeft. Wat meer kunnen we eigenlijk nog wensen voor dit dorpje, waarmee wij door een gemeenschappelijke naam ons verbonden voelen!

Charles F.C.G. Boissevain,

Den Haag (NP p 116)

 

Het Edict van Nantes

Op 30 april 1598 vaardigt Hendrik IV, koning van Frankrijk, het Edict van Nantes uit. Op aandrang van de protestanten erkent de katholieke koning wettelijk zijn anders denkende onderdanen. Het Edict van Nantes is een edict van tolerantie: de gewetensvrijheid van de protestanten wordt erkend maar zij hebben slechts een zeer beperkte vrijheid van godsdienstoefening. Het Edict verbiedt de algemene vergaderingen van Hugenoten, bij welke gelegenheden zij hun belangen behartigen. De koning gaat hiertoe over om de vrede met de katholieken te bewaren. In augustus 1598 worden de protestanten via een koninklijk besluit weer van dit verbod vrijgesteld. De koning geeft hen door deze bijzondere regeling terug wat hij gedwongen eerst af te nemen. In 1540, 1551 en 1559 worden door de toenmalige koningen van Frankijk François I en Henri II verschillende edicten uitgevaardigd tegen de protestanten. Na de dood van Henri II probeert de familie De Guise de katholieke invloed sterk te vergroten. Adellijke protestantse families, zoals De Bourbons en De Coligny’s, voeren oppositie. Dit leidt tot een godsdienststrijd die 30 jaar zal duren. Gematigde en koningsgezinde katholieken waaronder Michel de l’Hopital, kanselier van Frankrijk, streven als derde partij liever naar een schikking om te voorkomen dat Frankrijk vernietigd wordt in een burgeroorlog. Catharina de Medici probeert in 1560, nadat de minderjarige Charles IX koning wordt, de macht in handen te houden door steeds weer een andere partij gunstig te stemmen. Diverse edicten moeten de vrede duurzaam trachten te herstellen. Hugenoten worden gedoogd en hen wordt datgene toegestaan wat men hen niet kan weigeren. Zo ook het Edict van St. Germain dat in 1562 uitgevaardigd wordt door Catharina de Medici waarin degenen van de “nieuwe godsdienst” (protestanten) toegestaan wordt overal diensten te houden behalve in de steden. Het latere Edict van Nantes zal dit beperken tot twee plaatsen per baljuwschap. Het lukt niet om een duurzame vrede te bewaren. Na de Barthelomeusnacht in 1572 waarin de Hugenoten partij veel van haar leiders verliest, neemt de macht van de roomse Liga en haar leiders, de familie Guise, sterk toe. Henri III, in 1585 koning geworden, ziet zich gedwongen door de Liga een Edict te tekenen (het Edict van Nemours) waarmee alle voorgaande worden herroepen. Protestantse kerkdiensten worden verboden, predikanten verbannen en (protestantse) gelovigen kunnen kiezen tussen ballingschap of afzwering. In 1588 dreigen de Guises de troon te bezetten. Henri III laat de hertog van Guise de kardinaal uit de weg ruimen. Een jaar later wordt Henri III daarom vermoord. In 1589 vervalt de troon aan Henri de Bourbon, koning van Navarre en leider van de Hugenoten. Met hulp van de Hugenoten en de gematigde koningsgezinde katholieken moet Hendrik IV de steden en provincies die geen ketter als koning wensen, heroveren op de roomse Liga. De Liga wordt gesteund door Philips II van Spanje die hun legers financiert en die met de Hertog van Parma de Noord Franse steden aanvalt. Aan de oostkant, in de Provence en de Dauphine wordt Frankrijk aangevallen door de Hertog van Savoie, schoonzoon van Philips II. Hoewel een groot deel van het land herovert is met hulp van de Hugenotenlegers, zweert Hendrik IV in 1593 zijn geloof af om geaccepteerd te worden door de katholieken en om de oorlog die het land te gronde richt te beëindigen. Op 24 februari 1594 laat Hendrik IV zich kronen tot koning van Frankrijk in de kathedraal van Chartres. De paus stelt nog een aantal eisen aan Hendrik alvorens zijn excommunicatie in te trekken. O.a. betreft dit de terugkeer van de Jezuïeten op hun invloedrijke posities. In mei 1596 worden de rooms-katholieke erediensten overal in Frankrijk hersteld (ook waar vrijwel geen katholieken zijn). De Hugenoten worden afgescheept met beloften. In 1597 worden hun klachten gepubliceerd. Hun grootste angst is dat eenmaal ontwapend en hun bolwerken ontmanteld zij met lege handen blijven zitten. Zij dringen er op aan om een wettelijke regeling van hun burgerrechten en positie. De koning heeft hun steun nodig maar haast zich niet hen te begunstigen om de katholieken en de paus niet tegen zich te krijgen. De klachten uit 1596 leiden tot onderhandelingen die tot april 1598 duren wanneer het Edict van Nantes wordt getekend onder druk van de dreigende oorlog met Spanje. Het Edict van Nantes bestaat uit:
  • een Brevet waarin geld ter beschikking wordt gesteld van de Protestantse kerken ten behoeve van de betaling van predikanten en onderwijs,
  • 92 algemene artikelen,
  • 56 bijzondere artikelen die handelen over speciale gevallen zoals steden en personen en
  • een 2e Brevet over de “places de sûreté” (veilige plaatsen).

De Brevetten lijken de protestanten te bevoordelen maar dat is schijn. Zo worden de Hugenoten verplicht de tiende penning te betalen aan de rooms katholieke geestelijkheid (artikel XXV). Zo waren de “places de sûreté” al in het bezit van de Hugenoten, dus was erkenning onvermijdelijk. In het Edict worden de protestanten aangeduid als “van de zogenaamd gereformeerde religie”. Pas in 1661 zal worden gesproken over de “nieuwe religie”. Het Edict staat de protestanten zeer beperkte vrijheid van godsdienstoefening toe: alleen in twee plaatsen per baljuwschap en niet in steden met een bischop. Parijse protestanten moeten hun kerkdiensten dan ook ver buiten de stad houden. Alleen voor de Hugenote Catherine de Bourbon, zuster van de koning maakt hij een uitzondering. Als zij aan het hof verblijft mogen Hugenotendiensten in het Louvre worden gehouden mits geen enkel geluid, ook geen psalm, buiten de zaal te horen is. Veel Parijse protestanten profiteren van haar aanwezigheid. Op een dag in 1597 zat men te wachten op haar in de grote zaal van de Cariatiden. De prinses wordt opgehouden omdat zij in gesprek is met haar broer. De tijd verstrijkt en een van de hovelingen gaat naar de koning om de prinses te halen. De geïrriteerd koning snauwt hem toe dat “ze maar een psalm moeten zingen als zij zich vervelen”. De hoveling rent terug en haast zich de opdracht van de “zeer christelijke koning van Frankrijk” uit te voeren. Uit volle borst wordt een psalm ingezet, zodat de muren van het Louvre op zijn grondvesten trillen. Hendrik IV hoort het en realiseert zich de gevolgen voor de moeizaam herstelde vrede en stuurt snel zijn zuster naar beneden “voor ze het tweede couplet kunnen zingen”. Het Edict van Nantes is nooit volledig ten uitvoer gebracht. Meteen na de ondertekening vonden al de eerste schendingen plaats. Maar na ruim 30 jaar burgeroorlog was er tenminste vrede tussen de katholieken en de Hugenoten.

Bewerkte vertaling door Gustaaf W.O. Boissevain (NP p 116) van een artikel uit het Bulletin van de Nederlandse Hugenoten Stichting, 23 e jaargang nr. 1, september 1998.

 

Nogmaals over Adolphe

Een familielid wiens naam veel in publicaties - o.a. in ons Bulletin - valt, is Athanase Adolphe Henri (NP p 93). Op twee manieren is nog eens op zijn belang gewezen. Allereerst door Caroline B. Lyon - Boissevain (NP p 102) uit Carlsbad (New Mexico) in de Verenigde Staten met de tekst van een necrologie van Adolphe uit The Norfolk Ledger Dispatch van 2 mei 1921. Dat is zo’n 1,5 maand na zijn overlijden. De plaats Norfolk ligt in de staat Virginia, waarmee Adolphe een warme relatie had en waar het straat-naambordje met Boissevain Avenue de wijk Ghent siert. In de necrologie is te lezen, dat Adolphe’s rijkdom is gebaseerd op de handel in katoen, die hem in staat stelde om - via het door hem in Nederland opgerichtte American Banking House - investeringen te doen in de VS. Uit het artikel is een eindeloze reeks investeringen in spoorwegmaatschappijen (waaronder de Norfolk and Western), bedrijven en steden langs de spoorrails (bijvoorbeeld het plaatsje Boissevain dankt zijn ontstaan eraan), waterwerken, houtzaagmolens en kolenmijnen op te maken. Deze vormen van bedrijvigheid, maar ook zijn uitgebreide netwerk onder politici en bankiers, moesten bijdragen aan de rentabiliteit van de spoorwegen. Het artikel eindigt met zijn voorliefde voor het buiten Prins Hendriksoord, zijn gastvrijheid en zijn charmante vrouw en met de stelling dat ‘Holland has lost one of its great men, and the United States, one of its greatest admirers’. Door bestuurslid Jeroen worden we vervolgens geattendeerd op de stukken en voorwaarden voor de verkoopveiling in augustus 1924 van Prins Hendriksoord (PHO). In die tijd - 3,5 jaar na het overlijden van A. Adolphe H. en zijn vrouw Ottoline Henriette toe Laer - schreven ze de naam nog als Prins Hendriks Oord. Uit de veilingcatalogus is op te maken, dat de landgoederen Prins Hendriksoord en Ewijckshoeve zich uitstrekken over een afstand van 2 kilometer langs de straatweg Soestdijk - De Bilt. Door hun ligging, aanleg en onderhoud behoren beide, maar vooral PHO, tot de ‘schoonste en liefelijkste’ van de provincie Utrecht. PHO was aanvankelijk onderdeel van Ewijckshoeve, nadat dit landgoed was gesticht door Johan Hendrick van Ewijck, Heer van Oostbroek en De Bilt (1696 - 1782). In 1827 werd PHO herbouwd door de heer Gildemeester, die het eigendom na verloop van tijd deelde met Z.K.H. Prins Hendrik, de jongste broer van koning Willem III. Na het overlijden van de prins komt het hele complex in 1882 in handen van de Baarnsche Bouwterrein Maatschappij. De bouwmaatschappij verkoopt en veilt het terrein in delen. Adolphe Boissevain koopt het huis PHO met enkele kavels rechtstreeks van de bouwmaatschappij. In de daarop volgende 37 jaar breidt hij zijn bezit steeds meer uit. Uiteindelijk had hij, door de aankoop van Ewijckshoeve enkele jaren voor zijn overlijden, de situatie weer hersteld zoals die was in de tijd van J.H. van Ewijck. Het landgoed bevatte bijvoorbeeld een machinehuis voor de water- en lichtvoorziening, een watertoren, een fraai aangelegd park met waterpartijen, een warme perzikenkas, een ijshuis, wijnkelders, 4 slaapkamers voor personeel en 4 dienstbodenkamertjes. Uit de door Jeroen aangeleverde documentatie over de veiling van 1924 zijn slechts de opbrengstprijs van 52.000 gulden voor het huis PHO en 26.200 gulden voor het huis Ewijckshoeve te noemen. Alleen een monografie over PHO is in staat recht te doen aan de geschiedschrijving over de aanleg en indeling van de terreinen en de opstallen. Een dergelijk boek zou heel mooi te combineren zijn met een biografie van A. Adolphe H.!

 

Geboorteglas

In de collectie van het Amsterdams Historisch Museum bevindt zich een 20 cm hoog kelkglas met inscriptie ter herinnering aan de geboorte van Daniël Boissevain (1804 -1878). Daniël (NP p 83) was ondermeer lid van de firma Gebr. Boissevain, commissionairs in effecten en mededirecteur van het Compagnieschap ter Assurantie te Amsterdam. Verder is hij de vader van A. Adolphe H., waaraan elders in dit Bulletin nog een stukje is gewijd. Het heldere kleurloze glas is afkomstig uit Sars-Poteries te Frankrijk. De basisknoop, stam en de basis van de kelk zijn in facetten en diamanten geslepen. Op de kelk is een door bladranken en krulwerk omkranste cartouche aangebracht, waarin het opschrift ‘DANIEL BOISSEVAIN NE LE 9. OCTOBRE 1804’ is aangebracht. Nadat het aanvankelijk aan de Boissevain-Stichting te koop was aangeboden, heeft in 1995 het museum het geboorteglas aan zijn collecties toegevoegd. Het voorwerp staat afgebeeld in de in 1998 uitgegeven glascatalogus van het museum, die is samengesteld door de conservator Hubert Vreeken en waaraan de tekst van dit artikeltje is ontleend.

 

Ouderdom familiewapen

In mijn bezit is een prent met de afbeelding van het interieur van de Waalse Kerk te Amsterdam. Gezien de nauwe band tussen onze familie en de Waalse kerk vermoed ik dat nog wel meer familieleden deze prent in hun bezit hebben. De prent is niet uniek of enorm bijzonder, want hij is tussen pagina 169 en 170 aangebracht in de bekende en wijd verspreide beschrijving van Amsterdam door J. Wagenaar uit 1765. Rond deze datum is de prent zelf ook gemaakt door G. Sibelius (1734 - 1785) naar een tekening door C. Pronk (1691 - 1759). In het Gemeentearchief van Amsterdam zijn in de bibliotheek en de prentenverzameling meerdere exemplaren aanwezig. Mijn exemplaar wijkt echter af van die exemplaren, omdat in de onderrand van de prent links van de tekst ons familiewapen staat afgedrukt en rechts van de tekst het wapen van de familie Quien. De uit de plaats Metz (Frankrijk) afkomstige familie heeft met die van ons gemeen, dat leden ervan ook om geloofsredenen in het laatste kwart van de zeventiende eeuw zijn gevlucht. Onze relatie met de familie Quien dateert echter uit de tijd dat de prent is gemaakt: in 1767 trouwt Gedeon Jeremie Boissevain met Marguérite Quien (NP p 43). De ouders van Gedeon hadden de leiding in het Walenweeshuis te Amsterdam. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat er een relatie is tussen het huwelijk en het aanbrengen van beider familiewapens in de prent. Daarmee kunnen we als oudst bekende datum, dat ons wapen voorkomt, 1767 aanhouden. Helemaal zeker weet je dat nooit, want mogelijk zijn de wapens aangebracht ter gelegenheid van het overlijden van Gedeon of Marguérite (1802 resp. 1808) en dan zou er een relatie zijn met de afbeelding van een begrafenis op de prent. Twee vragen: heeft iemand ook zo’n prent (met of zonder wapens) en is iemand een vroegere afbeelding dan 1767 van ons wapen bekend (behalve die in Egypte!)?

Charles F.C.G. Boissevain,

Den Haag (NP p 116)

 

Een Boissevain werd 100 jaar

Op 5 september 1999 werd Catharina Elizabeth (Cabeth) van Wouw - Boissevain (NP p 77) 100 jaar. Het is voor het eerst in onze familiegeschiedenis dat een Boissevain deze leeftijd bereikt. Ter gelegenheid hiervan hadden haar kinderen een aantal familieleden, vrienden en kennissen uitgenodigd voor een feestelijke bijeenkomst in de tuin van haar woning in Den Dolder. Kleinkinderen en achterkleinkinderen waren voor de gelegenheid overgekomen uit de Verenigde Staten, Curaçao, Zuid-Afrika en Noord-Ierland. Vooral van de kleintjes, die haar telkens een stukje taart of iets anders te eten en te drinken kwamen brengen, genoot ze intens. “Ik hou van kleine kinderen, ze zijn altijd zo gezellig” zei ze.Cabeth is al enige tijd bedlegerig, maar dit fysieke ongemak wordt ruimschoots gecompenseerd door haar levendige belangstelling voor vooral de gewone dingen des levens. De drukte van het feest en de gesprekken met de gasten schenen haar nauwelijks te vermoeien. De onvermijdelijke vraag hoe je zo oud wordt, beantwoordde ze met “ik wilde graag 100 worden en als je daar je best voor doet en er in gelooft dan gebeurt dat ook”. Zonder dat haar kinderen er iets van wisten, verscheen ineens een fanfareorkest uit de buurt dat haar in de tuin voor het raam een door haar zeer geapprecieerde muzikale hulde bracht. Twee dagen na haar verjaardag kwam de burgemeester haar persoonlijk feliciteren. Het lezen en herlezen van de vele schriftelijke felicitaties hield haar nog dagen lang bezig.

Bob Boissevain, Heemsteede (NP p74)