Jaargang 2001, nummer 12

 

Voorwoord

Wat was de familiereünie van afgelopen 7 april een groot succes! Zo'n enorme opkomst uit zoveel plaatsen en landen en van alle leeftijden: dat zal bij alle deelnemers voorlopig nog wel in het geheugen gegrift blijven staan. Van diverse mensen kreeg het bestuur een dankbriefje met lofuitingen, wat natuurlijk stimulerend werkt voor de organisatoren. Gelukkig kunnen degenen die niet aanwezig waren een beetje de sfeer proeven via het verslag van Bob en de familiefoto's, die centraal staan in deze 12 de aflevering van het Boissevain-Bulletin. Degenen die wel aanwezig waren, zullen zichzelf terugzien op die foto's, die uiteraard als souvenir kunnen worden besteld. En wanneer we de afwerking daarvan achter de rug hebben, dan kunnen we stellen dat we de band tussen de nu levende familieleden flink hebben versterkt, wat één van de belangrijke doelstellingen van onze familiestichting is. Dit jaar iets minder familieberichten. Hopelijk betekent dit niet, dat onze stichting wordt vergeten bij het versturen van geboorte- en overlijdensberichten. Dat zou jammer zijn, want we willen graag een zo up-to-date mogelijk adressenbestand hebben en ook voor het bijhouden van de stamboom is deze informatie onontbeerlijk. Door alle foto's in het blad is er weinig ruimte voor de historische kant overgebleven, dus daar wachten we dan maar weer een jaartje mee. Met een klein artikeltje over het Hugenotenkruis kunnen we toch inspelen op vragen van enkele familieleden.
In dit Hugenotenkader adviseer ik lezers die ooit van plan zijn de stad Berlijn in Duitsland te bezoeken om even bij de 'Französischer Dom' aan de Gendarmenmarkt binnen te lopen. Hier is al decennia lang het 'Hugenotten Museum Berlijn' gevestigd. Op een traditionele maar duidelijke wijze is te zien hoe het de circa 20.000 Hugenoten, die meer dan 300 jaar geleden om geloofsredenen naar Noord-Duitsland zijn gevlucht, is vergaan. Hoewel het een museum van de Waals-Hervormde kerk is, werd mij ook hier duidelijk dat het bewaren van oude familiepapieren, -afbeeldingen en -voorwerpen belangrijk is om een gemeenschappelijk verleden te kunnen reconstrueren.

Draagbaar tinnen avondmaalstelsel, 18 e eeuw

Hugenotenmuseum, Berlijn

 

En voor zover dit de Boissevains betreft, kunt u altijd bij de bestuursleden terecht!

Charles F.C.G. Boissevain,

voorzitter Boissevain-Stichting

 

Familiereünie 2001

De reünie op zaterdag 7 april 2001 in Amsterdam had een record-opkomst. Ruim 140 familieleden namen er aan deel, in leeftijd variërend van 86 jaar tot 4 weken. Daaronder ongeveer 30 uit de Verenigde Staten, Engeland, Denemarken, Frankrijk, Zwitserland en Israël. Het programma bestond uit twee delen. Eerst een boottocht door de Amsterdamse grachten en daarna een gezellig samenzijn in Maison Descartes, het vroegere Walenweeshuis en oude mannen- en vrouwenhuis. Over de geschiedenis van de locatie schreef ondergetekende een artikel in het vorige Boissevain-Bulletin. Het veel groter dan verwachte aantal deelnemers noopte wel tot enkele aanpassingen in de opzet. Zo waren in plaats van één nu twee rondvaartboten nodig. En ook de gedachte om, evenals bij de vorige reünies, na afloop nog met enkele liefhebbers samen in een restaurant in de buurt te gaan eten, was niet uitvoerbaar toen bijna zeventig personen zich hiervoor aanmeldden. Gelukkig bleek Maison Descartes bereid de afgesproken verblijfsduur met enkele uren te verlengen. Daardoor konden we, met inschakeling van een cateringbedrijf, daar blijven eten en de gezellige bijeenkomst nog wat voortzetten. De reünie begon wat onwennig op de steiger bij de boten. Lang niet alle familieleden kenden elkaar. Daardoor rees soms de vraag of men wel op het goede verzamelpunt was. Er zijn bij het Centraal Station namelijk diverse steigers met vele rondvaartboten!. Bovendien hadden sommigen de parkeerproblemen in de binnenstad onderschat, zodat we wat later dan gepland vertrokken. Onze ruim 1½ uur durende rondvaart ging via het IJ, de Prinsengracht, Brouwersgracht, Keizersgracht, Leidsegracht, Herengracht tot de Brouwersgracht en weer terug, Leidsegracht, Keizersgracht, Reguliersgracht en de Prinsengracht tot iets voorbij de Vijzelgracht. Hier vond vlakbij Maison Descartes de ontscheping plaats. Deze liep wat moeizamer dan de inscheping, omdat er geen aanlegsteiger was en de kademuur nogal hoog. Maar iedereen kwam goed op de wal. Helaas barstte toen net een harde, zij het korte regenbui los. Verder was de straat opgebroken precies voor de ingang van Maison Descartes, dat nu alleen via zand, modder en planken bereikbaar was. Het bedierf de goede stemming niet. En binnen wachtten koffie, thee, frisdrankjes en hapjes.

Een grachtentocht in Amsterdam is, ook voor wie dat al eerder deed, altijd weer fascinerend. Door de grote verscheidenheid aan vaak monumentale statige huizen met allerlei soorten gevels en andere interessante architectuur en ornamenten, maar ook door de vele (boog)bruggen, valt er telkens weer wat te zien. Het was extra gunstig dat de bomen nog grotendeels zonder blad waren. Tijdens onze tocht viel het accent vooral op de Herengracht en de Keizersgracht, waaraan veel van onze voorouders hebben gewoond en gewerkt. Als gidsen op de twee boten fungeerden Ernst (NP p 111) en Bob (NP p 74), die over de Boissevain-huizen (op de bevaren route meer dan 45!) en hun bewoners het één en ander vertelden. Voor de vele buitenlanders deden zij dat ook in de Engelse taal.

De eerste twee generaties Boissevain in Nederland (Lucas en Jérémie) hadden het financiëel nog erg moeilijk en waren bescheiden gehuisvest (afgezien van Jérémies jaren als 'père' van het Walenweeshuis). Met de derde generatie Gédéon Jérémie I, van wie wij allemaal afstammen, ging het al een stuk beter. Hij werd officieel ' poorter' van Amsterdam, waardoor hij recht kreeg op bepaalde stedelijke voorzieningen. Hij kon zich al de bewoning van een groot huis aan de Keizersgracht veroorloven. Zijn beide zoons van de vierde generatie - Daniël I en Henri Jean - stegen verder op de sociaal-economische ladder. Vooral de nazaten van eerstgenoemde, in de vijfde, zesde en zevende generatie, speelden in het Amsterdam van de 19 de en eerste helft 20 ste eeuw een vooraanstaande rol in de overzeese handel, de scheepvaart, de financiële wereld en in de politiek. Zij waren prominente bewoners van de 'grachtengordel'.

De bewoning van de grote panden was geen sinecure. De huizen hebben veelal vijf of zes verdiepingen met vaak 15 tot 40 kamers met meestal een zaal als zitkamer. Veel gangen waren lang en met veel marmer bedekt. De trappen waren smal, steil en bochtig en dus lastig voor het vervoer. Daarom hebben de meeste huizen aan het dak hijsbalken die ook nu nog worden gebruikt. Vanuit de boten was uiteraard alleen de buitenkant van de grachtenhuizen te zien. Maar de voor de reünie uit Amerika overgekomen Kim Buck-Boissevain was twee dagen vóór de reünie in de gelegenheid geweest het grootouderlijk huis, waar haar vader Tice (en dus ook Mia) was opgegroeid, te bezichtigen. Zij was zeer onder de indruk van het interieur waar kennelijk niet veel aan was veranderd. Voor twee deelneemsters - Mia Canters-Boissevain en Sylvia de Groot-Boissevain - leidde de tocht langs hun kolossale geboortehuizen aan de Keizersgracht, waar zij tot hun veertiende jaar in 1940 hebben gewoond. Thans zijn er nog twee Boissevains die aan een gracht wonen, zij het wat bescheidener dan de vroegere generaties. We voeren langs hun huizen: Marianne en Aviva. De laatstgenoemde droeg op een aparte manier aan het eerste deel van de reünie bij: tijdens het voorbij varen zwaaide ze ons uitbundig toe met een grote doek waarop ons familiewapen was geborduurd.

In Maison Descartes hield bestuursvoorzitter Charles een korte welkomstspeech. Hij was verheugd over de grote opkomst, ook uit het buitenland. Het samenzijn betekende voor de meesten hernieuwde contacten met familieleden die ze niet zo vaak zien. In één geval zelfs de verrassende ontmoeting tussen de twee halfbroers Robert en Daniël Boissevain die elkaar nog nooit eerder hadden gezien! Er was een lijst beschikbaar waarop de deelnemers per tak waren gegroepeerd. Negen takken waren vertegenwoordigd (gerekend vanaf de zesde generatie). Elke deelnemer had een naambadge met per tak verschillend gekleurde stickers. Daardoor kon tijdens het samenzijn een fotosessie worden gehouden, waarvan het resultaat in dit Bulletin is te zien. Voor de kinderen was er een afzonderlijk programma. In een aparte ruimte werden zij beziggehouden door het poppentheater Pierlala. Zij leken zich zeer te amuseren. Natuurlijk was de reünie te kort. Menigeen constateerde spijtig sommigen nauwelijks te hebben gesproken. Maar al met al was de reünie bepaald zeer geslaagd.

Robert Lucas (Bob) Boissevain, Heemstede (NP p 74)

 

Het Hugenotenkruis

Geheel losstaand van elkaar kregen wij enkele verzoeken om informatie over de achtergrond van het 'Hugenotenkruis'. Het kruis is onder meer afgebeeld in het logo van de Nederlandse Hugenotenstichting en het lag dus voor de hand om aldaar nadere informatie te vragen ter bevestiging van hetgeen ons via internet bereikte.

 

Het Hugenotenkruis heeft als hoofdbestanddeel het Maltezerkruis, het kenteken van de ridders van Malta. Dit is een geestelijke ridderorde uit de middeleeuwen en te zien als een erfgenaam van de Hospitaalridders van Sint Jan te Jeruzalem. Het Maltezerkruis is door de Hugenoten aanvaard, omdat men wèl Christen wilde zijn (gekenmerkt door een kruis), maar niet rooms-katholiek (welk geloof wordt gekenmerkt door het 'Latijnse' kruis). In het hele gebied waar het Hugenotenkruis later is verbreid, hebben kloosters bestaan die zijn voortgekomen uit het prioraat Saint Gilles. Deze eerste vestigingen van Hospitaalridders in Frankrijk dateren van omstreeks 1100. Het kruis werd gezien als symbool van de wedergeboorte. Het heeft vier gelijke armen, met elk een wijd uiteenlopende top. Deze figuur is waarschijnlijk tot stand gekomen door vier pijlpunten naar het midden te keren. De acht punten stellen de acht zaligsprekingen uit het Evangelie naar Matheüs (Matheüs 5:3-10) voor. De armen van het kruis worden verbonden door een krans van vier lelies of harten. Dit zijn de symbolen van reinheid en trouw. Het oorspronkelijke aanhangsel onderaan was een traan. Dit teken stond symbool voor het lijden van de Franse protestanten. In 1688 werd de traan vervangen door een duif, het symbool van de Heilige Geest. Behoudens toevallige uitzonderingen, diende het Hugenotenkruis als onderling herkenningsteken van de Franse 'ketters'.

Het bestuur