Jaargag 2002, nummer 13

 

Voorwoord

Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Laat ik daarom maar meteen beginnen met het corrigeren van een paar foutjes in ons vorige Bulletin. In het bijschrift bij reüniefoto 4 op pagina 9 hebben we Heleen Lugard, dochter van W. Lugard – Le Rütte, abusievelijk aangezien voor Natacha Scott. Een andere foute vermelding, waarover ik direct na het verschijnen van het Bulletin werd gebeld, betreft Zoë bij foto 5. Zij is niet de dochter van Prabhati, maar van Guus, die overigens wel met Prabhati is getrouwd. Tot slot nog een klein – maar niet onbelangrijk – detail op pagina 14: het duifje hangt aan het Hugenotenkruis en dient derhalve met zijn kop naar beneden te wijzen.

Ook in 2002 is er weer gehakt door ons en dat betreft dan het verder opwaarderen van het Bulletin, maar vooral van de website. Ik kan niet anders dan onze secretaris / penningmeester Jan Willem danken voor zijn enorme inzet hierbij en hem complimenteren met het resultaat. Iedereen is nu overal in staat om via een personal computer (PC) met internetverbinding contact te maken met de website en informatie te zoeken over onze familiegeschiedenis, de Bulletins te lezen, vragen te stellen en antwoord te krijgen. De komende tijd zullen we ook nog wat aan de illustraties en vormgeving gaan doen om te aantrekkelijkheid en het gebruiksgemak verder te verhogen. Een geweldig medium, dat alle geografische afstanden overbrugt en alle Boissevains, waar ook ter wereld, nader tot elkaar brengt. Dit betekent evenwel niet, dat het Bulletins zijn functie verliest. Wat mij betreft gaat er niets boven het rustig in m’n luie stoel doorbladeren en lezen van een concreet product, dat ik zelf vasthoud. En overigens kan ook nog niet iedereen met een pc overweg.

Een speciaal dankwoordje richt ik tot Sue (Nieuw Zeeland) voor het geweldige werk dat zij deed met het vertalen van de Nederlandse tekst in het Engels! Het was prettig te merken dat Charles (Leidschendam), zijn broer Bob (Heemstede) en John Tepper Marlin (USA) zich niet onbetuigd hebben gelaten en de min of meer vaste rubrieken en auteurs aanvulden met kopij. Het lijkt erop dat hun ‘tak’ daarmee de meest historiegevoelige tak is. Ik vind dat de andere takken van onze stamboom eigenlijk niet achter zouden moeten blijven, vandaar mijn oproep om toch ook eens een bijdrage te leveren aan het Bulletin. Hiervoor, en voor het aanleveren van elke denkbare vorm van documentatie, staat uw bestuur zeer open. Wij hopen dat we u met dit 13 de familiebulletin weer een plezier doen en wensen u een gelukkig 2003 toe.

Charles F.C.G. Boissevain,

voorzitter Boissevain-Stichting

 

BOISSEVAIN FAMILIEWEBSITE

Vanaf juli 2002 is de vernieuwde familie website live gegaan onder een nieuw adres: www.boissevain.net. De website is te vinden via diverse Nederlandse en internationale zoekmachines. Een aantal genealogiepagina’s heeft een verwijzing naar onze familiesite opgenomen. Dagelijks bekijken gemiddeld 5 bezoekers de website.

De website is tweetalig. Het menu links op de homepagina verwijst naar de Nederlandstalige pagina’s. Het menu rechts verwijst naar de Engelstalige pagina’s. Linksonder staat een verwijzing naar het gastenboek. Hier kunt u reacties plaatsen of een oproep doen. U kunt in het gastenboek ook verwijzen naar uw persoonlijke website. Andere bezoekers kunnen openbaar via het gastenboek of persoonlijk per mail op uw boodschap reageren. Rechtsonder op de homepagina staat een NEW knop en datum laatste wijziging. Onder de NEW knop vindt u de meest recente toevoegingen aan de website in volgorde van datum. De pagina’s die vanuit de menu’s worden opgeroepen, bevatten informatie over onze familie. Via het wapen linksboven kunt u vanuit een subpagina weer terugkeren naar de homepagina. Onder oorsprong wordt onze naam en onze stamvader toegelicht. De pagina’s Hugenoten en Familiewapen beschrijven in het kort onze familiegeschiedenis en –wapen. De pagina Archieven geeft een toelichting op het familiearchief en het bedrijfsarchief die beide zijn ondergebracht in het Amsterdams Gemeentearchief. Vanuit deze pagina kunt u de inventaris in Nederlandse taal oproepen die door het gemeentearchief voor publicatie op onze website ter beschikking is gesteld. De inleiding geeft een beschrijving van het familiearchief en de rol van familieleden in de samenleving. De inventaris bestaat uit een inhoudsopgave van documenten, foto’s en dergelijke van Boissevains en leden van aanverwante families. Van de meest bekende Boissevains kunt u vandaar uit de inventarisatie oproepen. Op de hoofdpagina van archieven wordt verwezen naar algemene informatie voor bezoekers aan het gemeentearchief. De pagina Stamboom geeft een toelichting op het genealogisch onderzoek en de publicaties van Barthold Hubert, het zogenaamde groene boek, en het Nederlands Patriciaat 1988. Aanvullingen en verbeteringen van het Nederlands Patriciaat zijn per familietak op de roepen. Dit zijn alle mutaties (geboorte, huwelijk, overlijden) die betrekking hebben op de periode na het jaar 1989 en die in de bulletins zijn gepubliceerd. Om onze genealogie actueel te houden zijn wij afhankelijk van uw informatie. Graag ontvangen wij per mail of per brief mutaties na 1989 die niet op de website zijn vermeld of correcties op de publiceerde mutaties. Het doel, de financiën en het bestuur van de Boissevain Stichting is vermeld in de pagina met deze naam. Op de pagina Reünie vindt u een verslag van de reünie die op 7 april 2001 in Amsterdam is gehouden. Hier worden ook de groepsfoto’s per familietak getoond die tijdens de reünie zijn gemaakt. Door op een foto te klikken kunt u de uitvergroting in kleur met de namen van de poserende familieleden oproepen. De reünie pagina bevat verwijzingen naar verslagen van vroegere familiereünies, waaronder de reünie van juli 1995 in Bergerac. De pagina over de familiedas toont een foto van de stropdas en vertelt hoe u in het bezit van zo’n das kunt komen. De Stichting heeft nog een beperkte oplage van de familiedas in voorraad. Als u de instructies opvolgt dan wordt de das per post bij u thuis bezorgd. Alle afleveringen van de Boissevain bulletins kunt u oproepen op de bulletinpagina. De afzonderlijke artikelen kunt u middels de index pagina opvragen. De webmaster informeert per mail over wijzigingen van de website. Door het sturen van een mail naar de webmaster kunt u zich aanmelden voor de mailinglist. Via dit mailadres kunt u tevens adreswijzigingen, familiemutaties en bijdragen aan de website (artikelen en foto’s zijn altijd welkom) doorgeven. Hiermee hoopt het bestuur onze familiebanden op virtuele wijze verder te verstevigen!

Jan Willem Boissevain, Wassenaar (NP p 142)

 

GRUWELIJKE VERVOLGING HUGENOTEN

Er zijn niet veel boeken over de gruwelijke vervolging van de Hugenoten in Frankrijk, 300 jaar geleden. Wie er één leest, begrijpt beter waarom Lucas Bouyssavy het vege lijf heeft gered door te vluchten en als asielzoeker een toevlucht in Nederland te zoeken.

P.L. van Enk schreef in 2002 ‘De opstand kwam uit de bergen’, een episode uit de strijd der Hugenoten (Uitgeverij Aspekt, ISBN 90-5911-059-5). Hoewel het boek vooral gaat over de opstand in de Cevennen in de periode 1702 – 1710, is het in de streek rond Bergerac niet veel anders geweest. Misschien iets minder bloedig, maar stellig even wreed. Een handvol boeren en ambachtslieden uit de Cevennen kwam in opstand tegen koning Lodewijk XIV, de machtigste vorst ter wereld, die hen met alle middelen probeerde tot het katholicisme te bekeren.

Bij honderden en duizenden werden vrouwen verkracht, gegeseld, gemarteld en levend verbrand. Ook de mannen werden gemarteld op een manier die we nu nog slechts kennen van sommige oorlogen uit Afrika. Ledematen werden afgehakt, botten gebroken, geradbraakt en gevierendeeld. De auteur geeft er een beeldende beschrijving van. In Frankrijk woonden in de tijd rond het Edict van Nantes (1598) zo’n 1,2 miljoen protestanten. Ze woonden rond het Hof in Parijs, in het noordwesten en vooral in een zuidelijke halve maan, van La Rochelle via Béarn, Languedoc, Cevennen en Dauphiné naar Besançon en Zwitserland. Ondanks het Edict werden ze met toestemming en opdracht van het Hof in toenemende mate vervolgd. Na de herroeping van het Edict in 1685 werd hun positie onhoudbaar. Wat lang smeulende verzetshaarden waren geweest, mondde tenslotte uit tot georganiseerde protestante opstanden tegen het katholicisme.

Het boek bevat een meeslepend verslag van de krijgsgebeurtenissen en wisselende kansen, nadat de opstand als een knetterend en rokend kruitspoor door het bergland van de Cevennen was getrokken. De opstand kwam in 1710 ten einde, maar heeft in de wereld vele sporen nagelaten. Hugenoten treffen we aan in Nederland, Engeland, Duitsland en in andere landen. Ze hadden invloed op de Philadelphian Society en de Quakers. En op de Shakers, de Hernhutters en de Methodisten. Het hardnekkige geloof van de hugenoten heeft grote invloed gehad op de geleerde geesten, die later de rechten van de mens zouden formuleren. Daarmee hebben de offers van onze voorouders aan de basis gelegen van onze grondrechten en onze democratie.

Charles Boissevain, Leidschendam (NP p 75)

 

HULP GEVRAAGD BIJ BIOGRAFIE

Dit artikeltje is vooral bedoeld als oproep en om te laten weten hoe ik bezig ben met een aantal archiefstukken over onze familie. Naast mijn beroep ben ik ’s avonds bezig met het op papier bewerken van de levens van de ‘Charlestjes’. Dit omdat het gezinsleven op Drafna model stond voor wat gezinsleven in het algemeen in die tijd kon betekenen, alhoewel ik mij realiseer dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn zal zijn geweest.

Ik ben in het bijzonder geïnteresseerd in de Amerikaanse suffragist (strijdster voor vrouwenrechten) Inez Milholland, die zelf afkomstig was uit een villa in de staat New York, die kon concurreren met Drafna. Zij trouwde met Eugen Boissevain (NP p 69). Ik ben een biografie over haar aan het schrijven en daarvoor heb ik inmiddels de vele familiebrieven uit mijn bezit getranscribeerd en geannoteerd. Daaronder bevinden zich zo’n 200 originele brieven geschreven door Inez Milholland, ongeveer 100 van haar schoonmoeder Emily Boissevain en nog zo’n 100 van Inez’ ouders.

Ik heb ook circa 200 brieven van mijn grootmoeder Olga van Stockum – Boissevain en ontelbare brieven van mijn vader en moeder (Hilda van Stockum – Marlin). Emily MacDonnell is van groot belang voor mijn onderzoek. Zij ontmoette Charles Boissevain toen die in Dublin was voor de Internationale Expositie. Zij trouwden en Emily ging met Charles terug naar Amsterdam. Zij kregen 11 kinderen. Emily’s brieven aan haar dochter Olga geven blijk van een goede onderlinge verstandhouding. Mijn moeder van 94 jaar, die in Engeland even ten noorden van Londen woont, herinnert zich nog levendig de tijd die ze doorbracht op Drafna. Op basis van Emily’s brieven maak ik ook een korte biografie van haar. Misschien zijn er lezers van het Boissevain Bulletin die ook originele brieven van Emily bezitten en deze zouden willen kopiëren en aan mij toesturen. Ik kan ze dan verwerken in mijn boek. Degenen die interesse voor het boek hebben, kunnen contact met mij opnemen via TepperMarlin@aol.com. In de inventaris van het familiearchief van de Boissevains in het Gemeentearchief Amsterdam zie ik dat er in inventarisnummer 457 brieven van Charles en Emily zitten. Ook is er inventarisnummer 458 met brieven van andere verwanten en nummer 459 met brieven afkomstig van andere personen. Wanneer er iemand in Nederland is die het familiearchief bezoekt, zou die dan die brieven voor mij willen kopiëren en in het Engels vertalen? Ik betaal er overigens graag voor. Ik zal hierover ook contact opnemen met de heer H. Peschar van het Gemeentearchief.

John Tepper Marlin, USA

 

SCHATTEN VAN AMSTERDAM

Bovenstaande titel slaat niet zozeer op de zes zusjes Boissevain, afgebeeld op onderstaande foto van een schilderij (hoewel…?), maar is de titel van een boekje, uitgegeven door het Amsterdams Historisch Museum. Dat boekje bevat een greep uit de collectie van het museum met de mooiste en unieke objecten uit de verre en recente geschiedenis van Amsterdam. Eén van die unieke objecten is een groot schilderij van de zes dochters van Charles E.H.Boissevain (1868-1940, NP p 69) en diens vrouw Maria Barbera Pijnappel. Het werd begin 1916 ter gelegenheid van hun zilveren bruiloft gemaakt door Therèse van Duyl-Schwartze (1851-1918). Deze schilderes is vooral bekend geworden door haar uitstekende portretten. In de 19 de-eeuwse traditie van portretschilderen die zij volgde, stonden een goede gelijkenis en vooral minutieuze weergave van de gezichten voorop.

Afgebeeld zijn op de bovenste rij van links naar rechts Mary de Jong, Heentie Mesman en Emily Holbek en op de onderste rij Teau Huisken, Els Krejcik en Dieuke Nienhuys. Ten tijde van het schilderen varieerden hun leeftijden van achttien tot vijf jaar. Vooral voor de jongeren zal het poseren geen sinecure zijn geweest. Maar een andere bekende schilderes, Lizzy Ansingh (jonger nichtje van Therèse Schwartze) hield hen daarbij soms bezig met voorlezen. Opvallend aan het schilderij is de vrij grote omvang: 130,5 x 146 cm. Door sommige tijdgenoten van de schilderes werd zo`n groot formaat als ongewoon en onvrouwelijk(!) ervaren. Het schilderij is tientallen jaren in de familie gebleven, maar kwam in 1990 bij het Amsterdams Historisch Museum. Het werd echter reeds in 1919 tijdelijk tentoongesteld in een erezaal van het Stedelijk Museum.

De faam van Therèse Schwartze als virtuoos portrettist groeide na 1880 snel toen zij geslaagde portretten had geschilderd van de toenmalige koningin Emma en het jonge prinsesje Wilhelmina. Portretopdrachten stroomden binnen, ook van de Boissevains. Zo heeft, blijkens catalogi van tentoonstellingen in 1890 en 1919 Therèse Schwartze ondermeer schilderijen gemaakt van de grootmoeder van de zes zusjes: Emily McDonnell (1844-1931), de Ierse vrouw van de journalist / dagbladuitgever / schrijver Charles Boissevain (NP p 67), van hun oudste dochter Mary (1869-1959, vóór haar huwelijk met Cor van Eeghen), van de biologe en jongste dochter Mia (1878-1959) van Jan Boissevain en Nella Brugmans (NP p 52). Het schilderij van eerstgenoemde (Emily) is ook nu nog in familiehanden. De lotgevallen van de twee andere vermelde schilderijen zijn mij onbekend. Weten andere familieleden dit misschien?

Robert Lucas (Bob) Boissevain, Heemstede (NP p 74)

 

WIM BOISSEVAIN, een passie voor kleur

Kunstschilderen is voor velen, ook in onze grote familie, een hobby. Maar er zijn ook enkele Boissevains die het, behalve voor eigen plezier, tevens beroepshalve doen en er mee in hun levensonderhoud voorzien. De oudste onder hen is de al meer dan een halve eeuw in de Australische stad Perth wonende Wim Boissevain (1927, NP p 58).

Over hem is enkele jaren geleden een fraai boek verschenen “William Boissevain, a passion for colour” (uitgave The Beagle Press, Sydney, ISBN 0 947349 22 7) met afbeeldingen van een fractie van zijn omvangrijke oeuvre. Nou ja, fractie… Niet minder dan 114 schilderwerken zijn in kleur afgebeeld plus nog eens 30 zwart-wit afbeeldingen van schilderijen en tekeningen, alle uit zijn hele schildersperiode in Perth. Het boek bevat tevens een uitgebreide biografische inleiding door Gavin Fry, een museum-directeur en vooraanstaand kunsthistoricus in Sydney.

Het diplomatenleven van zijn vader Gi met veel verblijf in diverse landen drukte een stempel op de jeugd van Wim. Zijn eerste lessen in tekenen en schilderen kreeg hij als 13-jarige in Shanghai van Russische emigranten. Van hen leerde hij op min of meer conventionele wijze compositie, kleurengebruik en vooral ook portretteren in een klas met levende modellen. Niet alle vrouwen daarin schijnen de aanwezigheid van zo`n vroegrijpe tiener te hebben gewaardeerd. Maar de jeugdige Wim maakte goede vorderingen. Na 1945 volgde hij enige tijd lessen in Parijs aan de Académie des Beaux Arts en in Londen aan de Central School of Arts and Crafts. Eind jaren veertig besloot hij tijdens een bezoek aan Perth in die stad te proberen carrière als kunstschilder te maken. Aanvankelijk ging dat moeizaam, omdat de stad ver van de grotere kunstcentra verwijderd was. Maar hij leerde wel hoe belangrijk de relatie met een goede kunsthandel, resp. gerenommeerde galerie was. Geleidelijk groeide zijn reputatie, zijn werken werden meer en meer verkocht, veel tentoongesteld, belandden in tal van collecties en werden gefavoriseerd in regeringskringen en vooraanstaande bedrijven. Hij kreeg diverse onderscheidingen, waaronder de Order of the British Empire. Uit het boek blijkt hoe gevarieerd zijn oeuvre is. Het omvat zowel portretten als minder strakke afbeeldingen van personen, bloemen, landschappen, stillevens en dieren.

 

Verreweg de meeste van zijn werken zijn gemaakt met olieverf op schilderskarton of doek, maar hij gebruikt ook wel andere materialen, zoals conté (vettig krijt) met een dun olielaagje op papier voor doorschijnende effecten. Zijn stijl is niet makkelijk te beschrijven. Dat blijkt trouwens ook uit de uiteenlopende schilders die hij zelf als zijn favorieten aanduidt: Degas, Toulouse-Lautrec, Goya, Velazquez, Matisse en vele modernen. Wel wordt uit zijn werken zichtbaar hoezeer hij door schoonheid, het mooie in dingen wordt geïnspireerd. Een duidelijk voorbeeld hiervan zijn de naaktfiguren. Maar bovenal ook zijn gevoel voor de brille van kleuren. Bloemen geeft hij niet weer in de vorm van stijve vazen met mooie bloemen, maar als uitbundige kleurenbundels die als het ware uit het doek lijken te exploderen en die het duidelijkste bewijs zijn van zijn grote passie voor kleur.

Robert Lucas (Bob) Boissevain, Heemstede (NP p 74)

 

Portret van moeder (1945/1950)

OVERPEINZINGEN BIJ NEDLLOYD

Toen ik begin dit jaar hoorde, dat de (kunst)historische collectie van Koninklijke Nedlloyd in bruikleen wordt gegeven aan het Maritiem Museum Rotterdam was ik daarmee zeer verguld. Hoewel niet veel in onze familiegeschiedenis richting Rotterdam wijst, spelen bedrijf en museum toch een belangrijke rol in het conserveren en tonen van een stukje van onze maritieme familiegeschiedenis. Immers, in de uit 1.460 objecten bestaande Nedlloydcollectie bevindt zich een zevental voorwerpen dat betrekking heeft op het in 1937 gebouwde motorschip ‘Boissevain’.

Het gaat om 3 scheepsmodellen, 1 wandkleed met het schip erop afgebeeld, 2 stenen beeldjes van olifantsfiguren en een buste van Jan Boissevain. Van deze voorwerpen zijn pas op termijn duidelijke afbeeldingen beschikbaar. Momenteel wordt de collectie nog geïnventariseerd en gefotografeerd. Voor de voorwerpen van en uit de ‘Boissevain’ is dat nog geen eenvoudige taak, want een aantal voorwerpen staat in regiokantoren van P&O Nedlloyd in het buitenland. Behalve de collectie schonk Nedlloyd ook 2,8 miljoen euro aan het museum voor een uitbreiding van het gebouw, zodat steeds wisselende delen uit de collectie permanent kunnen worden tentoongesteld. Dit geschiedt met ingang van het jaar 2004, dus houd de tentoonstellingsagenda’s in de gaten! Sprekend over de ‘Boissevain’ komt bij mij een tweetal jubilea naar boven. Dit jaar viert de Hamburgse werf Blohm & Voss zijn 125-jarig bestaan. In ruil voor tabak en andere koloniale waren werd op deze werf in 1937 de ‘Boissevain’ gebouwd. Het is de meest omstreden werf in de historie van de Europese scheepsbouw. In de Eerste Wereldoorlog (1914 – 1918) was Blohm & Voss de belangrijkste bouwplaats voor de keizerlijke marine. Naast de ‘Boissevain’ stond in 1937 ook het passagiersschip ‘Wilhelm Gustloff’ in de steigers. Aan het eind van de oorlog werd dit schip door de Russen getorpedeerd, waarbij 9.000 mensen omkwamen. Ook in de Tweede Wereldoorlog bouwde de werf voor de marine en werd ‘beroemd’ door de bouw van 238 onderzeeboten (U-boten). Voor zijn oorlogsbijdrage is de werf in en na de oorlog zwaar gestraft. Dieptepunt in de bedrijfsgeschiedenis zijn de bombardementen door de geallieerden, die duizenden medewerkers (waaronder veel dwangarbeiders) het leven kostte. Ook in het huidige jubileumjaar stromen echter de orders voor cruise- en containerschepen weer binnen, terwijl de werf ook weer in de gratie is van de oorlogsindustrie. B & V levert ook korvetten, kruisers en fregatten. Het andere jubileum wordt gevierd door het voormalige personeel van de Koninklijke Java – China – Paketvaartlijnen (in het buitenland bekend onder de naam Royal Interocean Lines). Dit vindt plaats naar aanleiding van de oprichting van de Java – China – Japan Lijn in 1902. Mijn persoonlijke band met de KJCPL betreft het feit dat mijn vader in 1921 te Hong Kong werd geboren toen mijn grootvader Gustaaf (NP p 114) aldaar voor deze maatschappij werkte. In breder maritiem verband is het belangrijk te weten, dat de KJCPL het resultaat was van een fusie in 1947 van twee rederijen die vanouds hun werkterrein hadden in het Verre Oosten: de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM) en de Java – China – Japan Lijn (JCJL). De KPM dateert van 1891 en is tot stand gebracht door de Rotterdamsche Lloyd (RL) en door de door Jan Boissevain opgerichte Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN). Grofweg zou je kunnen zeggen dat de JCJL zorgde voor het vervoer van goederen tussen China / Japan en Java (belangrijkste eiland van Indonesië), dat de KPM zorgde voor de aan en afvoer binnen de Indonesische archipel, terwijl de SMN en de RL vervolgens Indonesië en Nederland met elkaar verbonden. Nederland had aan dit ‘systeem’ een belangrijk deel van zijn welvaart te danken. Het verlies van Nederlands-Indië en de overgang van het transport van losse goederen (‘stukgoed’ of ‘massagoed’) naar het transport per container zorgt vanaf 1960 voor de noodzaak tot verdergaande samenwerking tussen de Nederlandse ‘stoomvaart’maatschappijen. Vanaf 1970 gebeurt dit onder de naam Nedlloyd, waarbij zich vervolgens steeds meer rederijen aansluiten. Al deze rederijen brachten ook hun cultureel erfgoed in en dat zorgt nu weer voor die extra band tussen onze familie en de stad Rotterdam.

Charles F.C.G. Boissevain, Den Haag (NP p 116)

 

Verkiezingsaffiches

Met in Nederland op 22 januari 2003 de verkiezingen voor de deur toont deze aflevering van het bulletin een selectie van verkiezingsaffiches voor Walrave Boissevain (1876 - 1944) uit de begin van de jaren dertig.