Inleiding

Het geslacht Boissevain is afkomstig uit Périgord, het tegenwoordige Dordogne in Zuid-Frankrijk, voornamelijk rond de steden Périgueux en Bergerac. Onderzoek heeft uitgewezen dat de oudst bekende Bouyssavy notaris was te Périgueux in 1445. In later tijden blijken zij veelal te behoren tot verschillende maatschappelijke lagen, uiteenlopend van handwerkers en kooplieden tot notarissen en landeigenaren. Tot deze laatste groep behoorde onder meer de Nederlandse stamvader Lucas Boissavi, geboren ca. 1660 in Bergerac. Toen in de tweede helft van de 17e eeuw de druk op de Franse hugenoten sterker werd en hun maatschappelijke positie en leven gevaar liep, vooral ten tijde van de opheffing van het Edict van Nantes in 1685, besloot Lucas zijn land te verkopen en Frankrijk te verlaten. Zoals voor velen in die tijd was het doel de Republiek, met name Amsterdam. In het archief van de Waalse gemeente wordt hij voor het eerst vermeld in oktober 1691. Hij huwt met Marthe Roux. Van hen bevinden zich in het familiearchief geen stukken, noch van hun twee kinderen. De hierop volgende generaties hebben zich vooral bezig gehouden met handel en scheepvaart. Daarnaast vervulden verschillende leden van de familie belangrijke posities op uiteenlopend gebied in Amsterdam, bijvoorbeeld functies in de Waalse gemeente, in de Raad en in de Kamer en Rechtbank van Koophandel. Deze sociale stijging komt ook naar voren in de huwelijken van een aantal van hen met leden van vooraanstaande families (De Clercq, Bosscha, Brugmans, Van Hall). Een korte schets van de belangrijkste archiefvormers sluit dit gedeelte van de inleiding af.

Daniel (1772 - 1834)

De vader van Daniel, Gedeon Jeremie, was de eerste van de Boissevains die actief was als koopman. Daniel werd dan ook al jong op een handelskantoor geplaatst. Hij heeft verscheidene jaren met zijn oom en zwager Retemeyer samengewerkt. Op 23 maart 1812 begon hij voor zichzelf: toen werd de firma Boissevain & Co. opgericht. Daniel was gehuwd met Johanna Maria Retemeyer, de dochter van Gottlieb Johann Retemeyer en Maria van Wijk.

Gideon Jeremie (1796 - 1875)

De zoon van Daniel werd in 1816 opgenomen in het bedrijf en zou hierin werkzaam blijven tot 1868. Het ging de firma in de eerste jaren niet voorspoedig. Later verbeterde het economische klimaat en begon de omzet te stijgen. Gideon verlegde het accent van de werkzaamheden van de firma naar de handelsvaart en de assurantie. Gideons eerste en tweede echtgenote overleden kort na hun huwelijk; in 1830 hertrouwde hij met Maria van Heukelom. Zijn broers, die hierna genoemd worden, waren actief in de assurantie- en effectenhandel.

Daniel (1804 - 1878)

Lid en mede-oprichter van de firma de Gebroeders Boissevain, commissionairs in effecten (1836), en van de Nederlandsche Vereeniging van Assuradeuren (1858). Door zijn huwelijk met Caroline Louise Mollet zijn de archiefbescheiden van de familie Mollet ingekomen, waaronder het oudste archiefstuk: het bewijs van burgerschap van Genève van Claude Mollet uit 1556.

Eduard Constantin (1810 - 1885)

Nam als vrijwilliger deel aan de Belgische veldtocht. Hij behoorde tot de kringen van het Reveil. In deze beweging speelde ook zijn zwager Willem de Clercq een belangrijke rol. Ook Eduards echtgenote, Emma Nicholls, was lid van deze rechtzinnige groep. Dit in tegenstelling tot de meeste andere familieleden, die een minder uitgesproken opvatting hadden.

Jan (1836 - 1904)

Na enkele jaren werkzaam te zijn geweest in de rederij van zijn vader Gideon Jeremie, verwezenlijkte hij zijn plan voor een stoomvaartdienst op Nederlands-Indië door de oprichting van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (1870). Ook bij de oprichting van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij en de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (resp. 1877 en 1891) was zijn aandeel groot. Op tal van andere maatschappelijke terreinen vervulde Jan een meer of minder prominente rol (De archieven van de NSM en KPM bevinden zich in het Algemeen Rijksarchief te 's‑Gravenhage.).

Charles (1842 - 1927)

Redacteur en later hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad. Hij recenseerde en schreef boeken, maar het bekendst zou hij worden door zijn rubriek 'Van dag tot dag' in het Handelsblad, zijn betrokkenheid bij de Boerenoorlog in Zuid-Afrika en zijn polemieken met Abraham Kuyper.

Geschiedenis van het archief en verantwoording van de inventarisatie

De van verschillende leden van de familie afkomstige archiefbescheiden zijn in bewaring gegeven namens het familieverband Boissevain en overgebracht naar het Gemeentearchief tussen 1965 en 1992. Uit contacten met de familie is gebleken dat er ook in de toekomst nog delen aan toegevoegd zullen worden. Van een eerdere inventarisatie uit 1967 zijn de fiches niet gebruikt, omdat de wijze van ordenen en beschrijven niet overeenkwam met de momenteel gebruikelijke. 

De nadruk bij dit familiearchief valt op de stukken die voortvloeien uit de activiteiten van de archiefvormers als privé-persoon, bijvoorbeeld brieven, gedichten, persoonlijke kasboeken, enzovoorts. 

Zie voorbeelden van archiefstukken:
-       Instructies voor de dienstboden en werkmeiden
-       Kasboek van de huishoudelijke uitgaven
-       Kasboekje van Charles (13 jaar) 

De indeling van de inventaris is per echtpaar of individu, waarbij gekozen is voor het volgende schema: 

Persoonlijk leven
Brieven
Personalia (stukken betreffende geboorte, huwelijk, eigendomsbewijzen en dergelijke)
Financiële aangelegenheden
Pennevruchten (gedichten, dagboeken en dergelijke)
Openbaar leven
Varia
Regeling van de nalatenschap